Talent, Roeping en Offering

dinsdag 19 september 2017                                                  Lezing Hans Korteweg
Utrecht.

Deze avond spreekt Hans over ‘Talent en roeping. Wat is het verschil en wat vraagt het van je.
Wat is het offer? ‘.

    • Hans begint met Spreuken 9:10: De vreze des Heren is het begin der wijsheid. Wat is wijsheid? Wijsheid is in-staat-zijn tot leven, „kunde” tot leven men zou ook kunnen zeggen: levenskunst. Kunde en kunst komen van kunnen. En dit is wel de grootste kunde en de moeilijkste kunst: te kunnen leven!
      Vreze des Heren is het begin van Wijsheid. Hier ligt een diep geheim. Het geheim dat druk bezig zijn met ons eigen doen niet de oplossing is, maar het besef dat wij niet de dienst uitmaken. Het besef dat er ons hart een diep ontzag moet komen voor het hogere, niet uit angst, maar om in stilte ontvankelijk zijn op wat gaat komen (zijn).
  • Talent: Het breekt vroeg of laat open
    “Ik” treed op rond 2e/3e levensjaar van de mens. Vaak komen dan de eerste talenten naar voren. Maar sommige talenten breken pas door op latere leeftijd (bijvoorbeeld op je 60ste). Hans moest vroeger niets van mensen hebben, vond mensen kleurloos, bekrompen. Maar later brak zijn talent open om met mensen te werken. Zijn leermeester werd Reinout van Vlissingen.Ik heb talenten om geld te verdienen, creatief bezig te zijn en te musiceren.Maar wat breekt er bij mij op latere leeftijd door?
  • Talent: Gelijkenis van de talentenDe gelijkenis van de talenten is een van de gelijkenissen die voorkomen in het Nieuwe Testament van de Bijbel, verteld door Jezus. Het verhaal wordt vermeld in het Evangelie volgens Matteüs 25:14-30.

Het verhaal gaat over een werkgever die naar het buitenland ging en hij vraagt drie van zijn knechten om zijn zaak waar te nemen en zijn geld zo lang te beheren. Aan de eerste knecht geeft hij vijf talenten, aan de tweede geeft hij er twee en aan de derde één. Daarna vertrekt hij en gaan de knechten aan de slag.

Na een lange tijd komt de werkgever terug. Hij roept zijn knechten bij elkaar om te horen wat ze met het geld hebben gedaan dat hij hun heeft gegeven. De eerste heeft het geld geïnvesteerd en van zijn vijf talenten er tien gemaakt. De werkgever prijst en beloont de knecht. De tweede heeft eveneens het geld geïnvesteerd en van zijn twee talenten er vier gemaakt. De werkgever prijst en beloont hem eveneens. De derde heeft zijn geld begraven, omdat hij bang was dat hij het anders kwijt zou raken en hiervoor gestraft zou worden. Hij graaft de munt direct op en geeft het terug. De werkgever zegt hem dat hij een slechte, luie knecht is. Vervolgens geeft hij zijn deel aan degene die al tien talenten heeft.

Wat met deze gelijkenis moet worden overgebracht is dat wie goed gebruikmaakt van hetgeen hij heeft en verantwoordelijkheid durft te nemen, er nog meer bij zou krijgen. Maar wie er niks mee doet, of van zijn verantwoordelijkheid wegloopt, zal zelfs de kleinste verantwoordelijkheid worden afgenomen.
Beter talenten verspelen of kwijtraken dan verstoppen.

Iedereen heeft een boeket talenten

  • Talent en RoepingNaast talent is er ook roeping. Dat is iets anders. Trump heeft ook talent, anders was hij geen president geworden. Roeping lijkt soms iets wat je helemaal niet ligt. De stotterende (Mozes) die zijn volk moet toespreken en uit Egypte moet leiden. Roeping is iets wat je alleen met vallen en opstaan kan bereiken. Roeping is ‘om het niet’. ‘Om niet’ is een juridische term waarmee wordt aangegeven dat iets geleverd wordt zonder dat daar een tegenprestatie tegenover staat. Dat is liefde. Geroepen worden is in liefde leven. Voor liefde moet je door talenten heen, je talenten knakken. Sommige bloemen uit je boeket zullen knakken.
  • Roeping: De roeping van Samuël

    De jonge Samuël deed dienst in het heiligdom van de Heer, onder het toezicht van Eli. Op zekere dag had Eli zich te slapen gelegd op zijn gewone plaats; zijn ogen begonnen zwak te worden en hij kon niet meer zien.

De lamp van God was nog niet gedoofd, en Samuël lag te slapen in het heiligdom van de Heer, waar de ark van God stond.

Toen riep de Heer: `Samuël!’ Samuël liep haastig naar Eli en zei: `Hier ben ik. U hebt mij toch geroepen?’ Maar Eli antwoordde: `Ik heb niet geroepen; ga maar weer slapen.’  En hij ging en legde zich te slapen.

Toen riep de Heer opnieuw: `Samuël!’  Samuël stond op, ging naar Eli en zei: `Hier ben ik. U hebt mij toch geroepen?’ Eli antwoordde: `Ik heb niet geroepen, mijn jongen; ga maar weer slapen.’

Samuël kende de Heer nog niet: een woord van de Heer was hem nog nooit geopenbaard.

En weer riep de Heer Samuël; nu voor de derde keer. Samuël stond op, ging naar Eli en zei: `Hier ben ik. U hebt mij toch geroepen?’ Toen begreep Eli dat het de Heer was die de jongen riep.

En hij zei tegen Samuël: `Ga slapen, en mocht Hij je roepen, dan moet je zeggen: `Spreek, Heer, uw dienaar luistert.” Samuël ging dus weer op zijn gewone plaats slapen. Toen kwam de Heer bij hem staan en riep, evenals de vorige keren: `Samuël, Samuël!’ En Samuël antwoordde: `Spreek, uw dienaar luistert.’
Het gaat om deze houding als je wordt geroepen. De houding: ik ben de dienaar en ik luister en gehoorzaam.

  • Roeping: Mozes wordt geroepen

Op zoek naar gras voor zijn schapen, kwam Mozes op een dag bij de berg Horeb. Hier zag hij een struik in vlam staan, maar die verbrandde niet! ’Wat vreemd’, dacht Mozes. ’Dat moet ik eens van dichtbij bekijken.’ Toen hoorde hij een stem uit de struik zeggen: ’Kom niet dichterbij! Trek je sandalen uit, want je staat op heilige grond.’ Het was God, die door een engel sprak. Daarom bedekte Mozes zijn gezicht. Toen zei God: ’Ik heb het lijden van mijn volk in Egypte gezien. Daarom ga ik hen bevrijden en jij bent degene die mijn volk uit Egypte moet leiden.’ Jehovah wilde zijn volk naar het prachtige land Kanaän brengen.

Wat doe je als het hogere je roept tot een taak? In dit verhaal ontmoeten we een Mozes die het erg moeilijk vindt om achter het hogere aan te gaan.

Nee, nee, nee, nee en nog eens nee! zei Mozes.
Maar liefst vijf maal probeert Mozes het hogere er van te overtuigen dat hij bij hem aan het verkeerde adres is. Vijf nieten (vergelijk de ‘vijf dierbare nieten’ van Willem

Schortinghuis uit de 18e eeuw: ik wil niet, ik kan niet, ik weet niet, ik heb niet, ik deug niet) komen er uit Mozes’ mond. Dat is wel heel menselijk en herkenbaar.
Mozes stotterde en was niet welbespraakt .

Hij maakt het hogere kwaad door zijn pogingen om zijn roeping niet te volgen.

Het hoge woord komt eruit: ik voel me niet geroepen! Stuur maar een ander. Mozes wil met rust gelaten worden. Hij wil liever schapen weiden dan een volk uitleiden. Het werk moet uiteraard gebeuren, maar laat een ander het maar doen.

  • Roeping en Offer

    Mozes moest zijn werk en zijn schapen offeren. Waar hij zo van hield. Hans zijn offer was te gaan leven zonder vaste inkomstenbron. Alleen van giften.
    Wij moeten ook offeren. Het offer van trots, tijd, aandacht, van wat je het liefst doet en waar je goed in bent. Waar je het meest van houdt.
  • Offer: Offer van AbrahamAbraham moet zijn kind offeren. Het kind is hoe je morgen bent met al je talenten.
    Dat moet je aanbieden aan je roeping.
    God zei tegen Abraham (Genesis 22): Ga naar het land Moria om daar je enige zoon, de jongen die je zo liefhebt, te offeren op een berg die ik je zal wijzen. Abraham doet wat God vraagt. Vroeg in de morgen stond Abraham op, hakte het hout voor het offer, zadelde zijn ezel en ging met zijn zoon Isaak op weg naar de plaats die God genoemd had. Ook nam hij twee van zijn knechten mee. Op de derde dag zag Abraham de plaats in de verte liggen. Hij zei tegen zijn knechten: ‘Blijf hier met de ezel. Ik ga met de jongen naar de berg daar, om te bidden. Daarna komen we terug.’ Abraham liet zijn zoon Isaak het hout voor het offer dragen. Zelf nam hij het vuur en het mes. Zo liepen ze samen verder. Onderweg zei Isaak :‘Vader!’‘ Ja, wat is er mijn zoon?’. ‘We hebben nu wel vuur en hout, maar waar is het lam voor het offer?’
    ‘God zal zorgen voor een lam, mijn zoon’ antwoordde  En samen liepen ze verder. Toen ze bij de plaats kwamen die God had aangewezen, bouwde Abraham een altaar, schikte het hout, bond Isaak vast en legde hem op het altaar, boven op het hout. Maar, toen hij het mes pakte om zijn zoon te doden, riep een engel van de Heer uit de hemel: ‘Abraham, Abraham.’ ‘Ja, ik luister’, antwoordde Abraham.
    ‘Raak de jongen niet aan’, zei de engel, ‘doe hem niets’. Nu weet ik dat je ontzag hebt voor God, omdat je zelfs bereid was mij je enige zoon te offeren.’

Toen Abraham om zich heen keek, zag hij een ram die met zijn horens vastzat in de struiken. Hij liep erheen, greep het dier en offerde het in plaats van zijn zoon.

  • Tot slotHerma vroeg mij later toen ik bij haar was wat ik moet offeren om mijn roeping ‘leermeesterschap’ te volgen. Was een mooie confronterende vraag.Mijn offer is het omgekeerde van Abraham. Ik moet mijn vader offeren die sterk in mij aanwezig is . Hij was lieve hardwerkende, succesvolle man, die nooit zijn kwetsbaarheden liet zien. Mijn vader staat voor “doen alsof er niets aan de hand is”. Ik heb hier ook een mooie droom over gehad.Ik droomde dat ik gesplitst was in twee exact dezelfde personen. Wel was er één dood en één levend. De dode lag in mijn persoonlijke slaapkamer in een huis op Terschelling en de levende ging lekker met zijn gezin allemaal uitjes maken.  En deed net of er geen overleden persoon op de slaapkamer lag. Hij deed alsof er niets aan de hand was.